over ons

De Energie Coöperatie Zonneweide Glimmen is - na een voorbereiding van 1 jaar - opgericht op 26 mei 2020.

De realisatie van de zonneweide is gestart in oktober 2020 en half april 2021 was de gehele installatie operationeel.

De twee pijlers onder de coöperatie zijn de productie van zonnestroom en het versterken van de biodiversiteit in combinatie met een goede landschappelijke inpassing.

agenda

Na de zomer zal de zonneweide formeel geopend worden. Door de corona-crisis was dat in april niet mogelijk. Er bestaan al wel ideeën over hoe dit gaat gebeuren, maar schroom niet om mee te denken.

Aan het eind van het jaar zal een algemene ledenvergadering gehouden worden. De datum is nog niet bekend.



De zonneweide levert stroom aan Greenchoice. Iedereen kan deze Glimmense stroom gebruiken tegen een aantrekkelijk tarief.

meedoen

U wordt lid van de coöperatie door zonnepanelen te kopen. Alle panelen zijn echter momenteel verkocht. Maar wanneer een huidige deelnemer verhuist of overlijdt kunnen er panelen vrijkomen. Als u zich opgeeft (en u woont in één van de deelnemende postcodegebieden) dan komt u op de wachtlijst.

achtergronden

bestuur:
Han van Os (voorzitter) han.van.os@zonneweideglimmen.nl
Menno Visser (secretaris) info@zonneweideglimmen.nl
Robert Mulder (penningmeester) penningmeester@zonneweideglimmen.nl
Frits Sibers (lid) Frits.Sibers@zonneweideglimmen.nl
bank:
NL12 TRIO 0320038033
ten name van: Energie Coöperatie Zonneweide Glimmen u.a.
adres:
Beukenlaan 42, 9756 BG Glimmen

© energie coöperatie zonneweide glimmen u.a.

bio

terug

Achtergronden bij de ecologische inrichting van de Zonneweide Glimmen .

Hoe een ijstijdlandschap wordt gebruikt om de opwarming van de aarde te temperen.

Op een verweesd stukje grond van 1,8 ha is in Glimmen een kleine zonneweide gerealiseerd: de Energie Coöperatie Zonneweide Glimmen. De 4320 panelen staan waar vroeger een boomkwekerij was. Het gebied had een zeer geringe natuurwaarde, zoals na onderzoek werd vastgesteld door ecologisch adviesbureau Waardenburg in Haren.

De panelen zijn voor 100% in handen van de leden van de coöperatie. Dit zijn de inwoners van Glimmen en omgeving, inclusief het dorpshuis de Groenenberg en de Quintusschool in Glimmen. 

De twee pijlers onder het project zijn de productie van zonnestroom en het versterken van de biodiversiteit in combinatie met een goede landschappelijke inpassing. Dit artikel gaat in op biodiversiteit.

Een bio-divers dorpsbosje is hierbij een belangrijk onderdeel.

 Dit artikel gaat in op biodiversiteit.

Klimaatverandering en biodiversiteit

Het stoppen van de afname en het herstel van biodiversiteit is één van de grote maatschappelijke opgaven van dit moment. Hiervoor is het Deltaplan Biodiversiteit opgesteld, onder andere door Centrum voor Biodiversiteit Naturalis in Leiden.
De toename van de CO2 in de atmosfeer en de daarmee samenhangende opwarming van onze planeet en de verzuring van onze oceanen zijn grote bedreigingen voor deze biodiversiteit. Wereldwijd staan ecosystemen onder toenemende druk.
Het verkleinen van de uitstoot van het broeikasgas CO2 , zoals door de transitie naar zonnestroom is ook om die reden dus van het grootste belang. De bedoeling van de zonneweide in Glimmen is hieraan een kleine bijdrage te leveren.

Zonneparken zijn een nieuw gebruik van onze landschappen. Het is daarom noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met de keuze van de locatie, de belangen van de natuur en de effecten op het uitzicht . De zonneweide Glimmen heeft daarom als uitgangspunt bij het ontwerp het ‘Manifest Zonneparken NoordNederland’ genomen.
In dit manifest staan zeven vuistregels om zonne-projecten meer van en voor de omgeving te laten zijn.
Zo wordt gesteld dat het belangrijk is dat elk zonnepark samen met bewoners ontworpen en landschappelijk ingepast moet worden.
Ook moet de lokale energiebeweging ondersteund worden en moet elk zonnepark in het landelijk gebied een toegevoegde waarde hebben voor landschap en biodiversiteit.

Het is natuurlijk niet de bedoeling om met het aanleggen van een zonneweide op enigerlei wijze onderdeel te worden van het probleem dat je juist wilt bestrijden: de natuur die onder grote druk staat. 

Daarom willen we dat met de Zonneweide Glimmen, naast het leveren van een bescheiden bijdrage aan de noodzakelijke verkleining van de CO2 uitstoot, ook de inrichting van de zonneweide zelf gaat bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit. 
En dat met de zonneweide, zeker vergeleken met de oorspronkelijke ecologische betekenis van het projectgebied, wat dat betreft een flinke stap vooruit wordt gezet.
Een ecologisch ontwerp en een op versterking van de biodiversiteit gestoeld onderhoud zijn daarom belangrijke pijlers. Zodat er ook en gebied ontstaat met voldoende voedsel, nest- en schuilgelegenheid, beschutting en rust.

Zonnestroom en natuur, een dubbelfunctie.

Bij het ontwerpen van de zonneweide is gezocht naar het vinden van een evenwicht tussen de financiële stevigheid en de productie van duurzame stroom aan de ene kant ( voldoende panelen) en aan de andere kant de natuurfunctie ( minder panelen).
Wat zijn de mogelijkheden om een dergelijke stroom voorziening en het versterken van biodiversiteit te combineren?
Hoe kom je tot een balans tussen een economisch gezien voldoende stevige zonneweide en kansen voor de natuur op hetzelfde terrein? Hoe vertaalt zich dat evenwicht naar het definitieve ontwerp?
De zoektocht naar het combineren van duurzame stroom voorzieningen en het versterken van biodiversiteit is volop in discussie, ook in het kader van het vinden van maatschappelijk draagvlak voor de aanleg van zonneparken. Veel moet nog onderzocht worden. Op basis van wat hierover in 2020 bekend was is besloten tot het huidige ontwerp van de zonneweide.
Positief voor de versterking van biodiversiteit is overigens, dat voor een zonneweide een hoge grondwaterstand geen probleem is en dat ook het gebruik van meststoffen en gifstoffen niet nodig is.

Een aantal aspecten waarmee rekening wordt gehouden bij de ecologische inrichting.

1. Soortvariatie.

Het is belangrijk om veel soortvariatie qua beplanting aan te brengen opdat bijvoorbeeld bestuivende insecten en bes-etende vogels een blijvend aanbod hebben van voedsel, ook in de nazomer en herfst. Denk b.v. aan het hanteren van een bloeiboog bij het vaststellen van beplantingsschema’s voor de struweelwal en het dorpsbosje.

2. Inheemse soorten.

Bij de zaadmengsels, de struweelhoutwal en het dorpsbosje wordt gebruik gemaakt van inheemse plantensoorten. Dat wil zeggen soorten die van nature voorkomen in Nederland, hun natuurlijk verspreidingsgebied loopt (voor een deel) over Nederlands grondgebied. Inheemse boom- en struiksoorten zijn veel rijker aan plantenetende insecten dan de geïntroduceerde exoten.
De biodiversiteit van insecten op bomen is n.l. onder meer een functie van de tijdsduur dat een boomsoort in een bepaalde regio aanwezig is. Hoe langer, in de loop van een geologische periode, bomen en insecten samen zijn, hoe meer diversiteit aan insecten door co-evolutie heeft kunnen ontstaan.
Op hun beurt vormen de plantenetende insecten weer een voedselbron voor sluipwespen, roofwantsen en vogelsoorten.

3. Nest(el)gelegenheid.

Op het terrein van de zonneweide worden mogelijkheden geschapen voor nesten voor vogels en voor nestelplaatsen voor broedsels van wilde bijen. Want sommige bijensoorten hebben geringe afstanden tussen foerageerplaats en nestelplaats.
Van de circa 360 Nederlandse bijensoorten nestelen er zo'n 250 in de grond. We gaan ze helpen door zonnige, humusarme plekken aan te bieden, o.a. in de vorm van zandbulten.
Ongeveer 60 Nederlandse bijensoorten maken hun nesten in dood hout of holle stengels. In dode boomstammen en takken worden vaak door keverlarven gangen uitgeknaagd, die vervolgens door bijen benut worden als nestelplaats. Om die reden zullen takkenrillen en boomstobben in het dorpsbosje worden geplaatst.

4. Land sharing en land sparing.

We willen de biodiversiteit laten profiteren van zowel een land sharing (ecologische inrichting zonneparken) als ook een land sparing (compenseren buiten zonneparken, langs de randen) strategie.
Het is op dit moment nog onduidelijk welke strategie m.b.t. het versterken van de biodiversiteit de voorkeur zou moeten hebben. Daarom wordt op beide strategieën ingezet. Om voldoende regenwater en licht op de bodem te laten vallen, opdat de bodemvruchtbaarheid niet aangetast wordt, gaan wij uit van een maximale bedekking van 75% van de bodem betreffende dat deel van het perceel waarop de panelen staan. Het dorpsbosje wordt een belangrijk onderdeel van de land sparing strategie.

5. Ecologisch beheer.

Met betrekking tot het beheer van de bloemrijke graslanden van de zonneweide wordt gebruik gemaakt van de inzichten zoals geformuleerd door de Vlinderstichting ( de z.g. Kleurkeurmethode). Voor de struwelen en het dorpsbosje wordt in overleg met Landschapsbeheer Groningen een beheersplan gericht op het versterken van de biodiversiteit opgesteld.

6. Bodemeigenschappen.

Bij aanvang van het project is de voedselrijke toplaag van de voormalige boomkwekerij verwijderd om het gebied te verschralen. De slootoevers zijn afgegraven tot het dekzand en soms het keileem en geleidelijk aflopend en golvend gemaakt. Met de grond die vrijkwam zijn twee zandlichamen opgeworpen: een zandlichaam als basis voor een aan te leggen struweelwal langs de westkant van het terrein. En een zandlichaam als basis voor het aan te leggen bio-vers dorpsbosje langs de Zuidlaarderweg.
Bovendien is bij de aanleg van de zonneweide zo veel mogelijk voorkomen dat de bodem inklonk door het gebruik van te zware machines.

7. Verbindingen maken.

De zonneweide zal onderdeel moeten worden van de omringende natuur. Dat betekent dat verbindingen moeten worden gelegd met aanwezige bermen en landschapselementen zoals linten van bomen en struiken, boomwallen en hagen, graslanden en bossen. De natuur in Nederland staat onder druk door bemesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen in combinatie met de effecten van klimaatverandering zoals stijgende temperaturen, langere periodes van droogte en extreme weersomstandigheden. De huidige versnippering van de Nederlandse natuur maakt deze hiervoor gevoeliger. Werken aan verbindingen is werken aan klimaat adaptatie. 
Het dorpsbosje vormt een ‘stepping stone’ in deze verbindingsstructuren.

8. Verbeteren landschapskwaliteit.

a. De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap ziet het massaal aanleggen en onderhouden van hagen als een manier om de crisis met klimaat, biodiversiteit, stikstof en fijnstof in een keer aan te pakken. Hagen kunnen enorm bijdragen aan een hogere landschapskwaliteit, waar veel planten en dieren van profiteren.
De Zonneweide Glimmen wil daarom het project ‘Herstel Houtwallen en Hagen Haren' van Landschapsbeheer Groningen ondersteunen. Langs twee zijden van de zonneweide zal respectievelijk een soortenrijke struweelwal en een bio-divers dorpsbosje worden aangelegd.


b. De aanwezige sloten worden verdiept en de oevers worden verschraald en geleidelijk aflopend en golvend gemaakt en worden ingezaaid met een soortenrijk zaadmengsel voor natte tot vochtige graslanden van de Cruydt-Hoeck.

c. Aan de zuidoostzijde zal een laagblijvend wilgenbosje ( Salix fepens en Salix aurita) worden gerealiseerd. De wilgenkatjes zullen in het vroege voorjaar een voedselbron voor hommels vomen.

d. Aan de noordzijde zal een buurtboomgaard bestaande uit een tiental oude, noordelijke fruitrassen worden gerealiseerd. De boomgaard bevindt zich tussen wal en hek in een bloemrijk grasland. De rijkbloeiende vruchtbomen zullen in het voorjaar een voedselbron zijn voor wilde bijen.

9. Ook het landelijke project ‘Nederland Zoemt’, waarmee de wilde bij wordt ondersteund door nieuwe leefplekken te maken in heel Nederland, willen we ondersteunen door een bij-vriendelijke inrichting. Zo wordt op de verschraalde grond tussen en om de panelen een zaadmengsel gestrooid voor het laten ontstaan van een bloemrijk grasland. En bestaat het dorpsbosje uit op verschillende momenten rijkbloeiende bomen, struiken en kruiden.
De zuidzijde van het dorpsbosje wordt niet beplant, de kale grond met hier en daar zandbulten is geschikt voor in de grond nestelende bijen.

Bloemrijk grasland
Struweelwal

Het wilgenbosje

In de vochtige zuidoost hoek van het perceel ontstaat een laagblijvend bosje bestaande uit de soorten Salix repens en Salix aurita.
De wilgenkatjes zijn in het vroege voorjaar belangrijk als voedselbron voor hommelsoorten.De eerste wilgjes zijn gepoot.

De eerste wilgjes zijn gepoot
Het zandlichaam voor het dorpsbosje wordt ingezaaid met bosrandmengsel.

Landschapselementen, overzicht

Waar/ wat Flora
Slootoevers zuidzijde en oostzijde Zaadmengsel G3 van de Cruydt-Hoeck voor natte graslanden
Diverse delen van het perceel tussen en rondom de panelen, binnen en buiten het hek Zaadmengsels G1 en M5 voor  bloemrijk grasland
Aan de voet van de zandlichamen Zaadmengsel O1 voor bosranden
Wilgenbosje zuidoostzijde perceel Salix repens, Salix aurita
Buurtboomgaard noordzijde 10 oude, noordelijke appel-en perenrassen
Struweelhoutwal westzijde Divers samengestelde struweelhoutwal , 3-4 struiken breed, ontworpen in overleg met Landschapsbeheer Groningen
Dorpsbosje noordzijde Bio-divers samengesteld bosje, met inheemse , rijkbloeiende en bes- en vrucht dragende bomen en struiken en een kruidlaag

Bio-divers dorpsbosje

Belangrijke functies zijn een goede landschappelijke inpassing van de zonneweide, het wegnemen van het zicht op de zonneweide, het versterken van de biodiversiteit en de aansluiting bij de aanwezige groenstructuren. 


Het dorpsbosje wordt aangelegd op een zandlichaam die bestaat uit de afgeschraapte grond van de zonneweide en de slootkanten. Het bevindt zich op het voor publiek toegankelijke deel van het perceel van de zonneweide. En bestaat aan de noordkant uit rijk bloeiende en bes- en vruchtdragende inheemse bomen en struiken met een ondergroei van bodembedekkers, stinsen planten en bollen.
De diverse bomen en struiken worden dusdanig met elkaar gecombineerd, dat er een jaarronde bloeikalender/ bloeiboog wordt nagestreefd. Door de breedte van het bosje en de ligging op een zandlichaam wordt het zicht op de zonneweide vanaf de Zuidlaarderweg effectief weggenomen. Hulst zorgt ook in de winter voor deze functie, het % hulst van de aanplant houdt hier rekening mee.
Om het zicht zo snel mogelijk te beperken wordt bij de aanleg gebruik gemaakt van hogere en oudere aanplant.
Aan de zuidzijde zal de wal gedeeltelijk kaal zijn (aantrekkelijk voor nestelende bijen), eventueel door het storten van zand. Hier en daar liggen de stobben, de restanten van de bij de aanleg nog aanwezige bomen van de voormalige boomkwekerij. Deze zijn ook bedoeld voor een rijker insectenleven.
In overleg met landschapsbeheer Groningen wordt een definitief ontwerp gemaakt. Te planten boomsoorten zouden kunnen zijn: zomereik aangevuld met ruwe berk, els, wilde lijsterbes, wilde appel, bos wilg, vuilboom Inheemse struiken: hazelaar, sleedoorn, kamperfoelie, hulst, veldesdoorn, hondsroos, liguster, Gelderse roos, hulst, aangevuld met wilde kamperfoelie.
De kruid laag wordt samengesteld uit bodembedekkers als gele dovenetel en diverse stinsen planten en bollen.
Het bosje bevindt zich buiten het hek om het deel met de panelen. De bedoeling is, dat dit deel van de zonneweide toegankelijk voor publiek wordt gemaakt. In samenwerking met de Quintusschool in het dorp worden de educatieve mogelijkhedenonderzocht, zoals het door de leerlingen laten maken en volgen van insecten hotels en het plaatsen van informatieve panelen.

De Buurt Boomgaard 

Aan de noordzijde van het perceel, tussen het hek en het zandlichaam aan de Zuidlaarderweg, is ruimte voor een boomgaard. In overleg met de Noordelijke Pomologische Vereniging worden omstreeks 11 oude, noordelijke fruitrassen ( appels en peren) geselecteerd die geschikt zijn voor de bodemomstandigheden ter plaatse. Deze kleine collectieboomgaard staat op een voor het publiek toegankelijke plek in een bloemrijk grasland.
De bloeiende bomen zullen in het voorjaar voedsel geven aan bloem bezoekende insecten.
Bij de bomen staan informatiebordjes over deze oude fruitrassen.

Mogelijke soorten:
Appels: Groninger Kroon, Groninger Pippeling, Rode Peppeling, Veendammer Glorie, Zoete Pippeling, Zoete Winterkroon,
Peren: Beurre Hardy, Bonne Louise d’Avranches, Comtesse de Paris, Winterrietpeer, Zoete Brederode.

Opmerking tot slot

Bij de realisatie van de zonneweide is uitgangspunt dat zo veel mogelijk lokale en regionale bedrijven ingeschakeld worden.

In de tabel de noordelijke bedrijven met wie werd samengewerkt.

Mannen van Staal (Roden),
Bureau Waardenburg (Leeuwarden),
A. Elema (Onnen),
Hoving (Stadskanaal),
de Cruydt-Hoeck (Nijeberkoop),
Noordplant (Glimmen),
Broekema (Groningen),
Ben Kamps (Eelde),
Landschapsbeheer Groningen (Groningen),
Greenwall BV (Beilen),
Engie Services Noord BV (Roden)
© energie coöperatie zonneweide glimmen u.a.
Share by: