Achtergronden bij de ecologische inrichting van de Zonneweide Glimmen .
Hoe een ijstijdlandschap wordt gebruikt om de opwarming van de aarde te temperen.
Op een verweesd stukje grond van 1,8 ha is in Glimmen een kleine zonneweide gerealiseerd: de Energie Coöperatie Zonneweide Glimmen. De 4320 panelen staan waar vroeger een boomkwekerij was. Het gebied had een zeer geringe natuurwaarde, zoals na onderzoek werd vastgesteld door ecologisch adviesbureau Waardenburg in Haren.
De panelen zijn voor 100% in handen van de leden van de coöperatie. Dit zijn de inwoners van Glimmen en omgeving, inclusief het dorpshuis de Groenenberg en de Quintusschool in Glimmen.
De twee pijlers onder het project zijn de productie van zonnestroom en het versterken van de biodiversiteit in combinatie met een goede landschappelijke inpassing. Dit artikel gaat in op biodiversiteit.
Een bio-divers dorpsbosje is hierbij een belangrijk onderdeel.
Dit artikel gaat in op biodiversiteit.
Klimaatverandering en biodiversiteit
Het stoppen van de afname en het herstel van biodiversiteit is één van de grote maatschappelijke opgaven van dit moment. Hiervoor is het Deltaplan Biodiversiteit opgesteld, onder andere door Centrum voor Biodiversiteit Naturalis in Leiden.
De toename van de CO2
in de atmosfeer en de daarmee samenhangende opwarming van onze planeet en de verzuring van onze oceanen zijn grote bedreigingen voor deze biodiversiteit. Wereldwijd staan ecosystemen onder toenemende druk.
Het verkleinen van de uitstoot van het broeikasgas CO2
, zoals door de transitie naar zonnestroom is ook om die reden dus van het grootste belang. De bedoeling van de zonneweide in Glimmen is hieraan een kleine bijdrage te leveren.
Zonneparken zijn een nieuw gebruik van onze landschappen. Het is daarom noodzakelijk om zorgvuldig om te gaan met de keuze van de locatie, de belangen van de natuur en de effecten op het uitzicht . De zonneweide Glimmen heeft daarom als uitgangspunt bij het ontwerp het ‘Manifest Zonneparken NoordNederland’ genomen.
In dit manifest staan zeven vuistregels om zonne-projecten meer van en voor de omgeving te laten zijn.
Zo wordt gesteld dat het belangrijk is dat elk zonnepark samen met bewoners ontworpen en landschappelijk ingepast moet worden.
Ook moet de lokale energiebeweging ondersteund worden en moet elk zonnepark in het landelijk gebied een toegevoegde waarde hebben voor landschap en biodiversiteit.
Het is natuurlijk niet de bedoeling om met het aanleggen van een zonneweide op enigerlei wijze onderdeel te worden van het probleem dat je juist wilt bestrijden:
de natuur die onder grote druk staat.
Daarom willen we dat met de Zonneweide Glimmen, naast het leveren van een bescheiden bijdrage aan de noodzakelijke verkleining van de CO2
uitstoot, ook de inrichting van de zonneweide zelf gaat bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit.
En dat met de zonneweide, zeker vergeleken met de oorspronkelijke ecologische betekenis van het projectgebied, wat dat betreft een flinke stap vooruit wordt gezet.
Een ecologisch ontwerp en een op versterking van de biodiversiteit gestoeld onderhoud zijn daarom belangrijke pijlers. Zodat er ook en gebied ontstaat met voldoende voedsel, nest- en schuilgelegenheid, beschutting en rust.
Een aantal aspecten waarmee rekening wordt gehouden bij de ecologische inrichting.
1. Soortvariatie.
Het is belangrijk om veel soortvariatie qua beplanting aan te brengen opdat bijvoorbeeld bestuivende insecten en bes-etende vogels een blijvend aanbod hebben van voedsel, ook in de nazomer en herfst. Denk b.v. aan het hanteren van een bloeiboog bij het vaststellen van beplantingsschema’s voor de struweelwal en het dorpsbosje.
2. Inheemse soorten.
Bij de zaadmengsels, de struweelhoutwal en het dorpsbosje wordt gebruik gemaakt van inheemse plantensoorten. Dat wil zeggen soorten die van nature voorkomen in Nederland, hun natuurlijk verspreidingsgebied loopt (voor een deel) over Nederlands grondgebied. Inheemse boom- en struiksoorten zijn veel rijker aan plantenetende insecten dan de geïntroduceerde exoten.
De biodiversiteit van insecten op bomen is n.l. onder meer een functie van de tijdsduur dat een boomsoort in een bepaalde regio aanwezig is. Hoe langer, in de loop van een geologische periode, bomen en insecten samen zijn, hoe meer diversiteit aan insecten door co-evolutie heeft kunnen ontstaan.
Op hun beurt vormen de plantenetende insecten weer een voedselbron voor sluipwespen, roofwantsen en vogelsoorten.
3. Nest(el)gelegenheid.
Op het terrein van de zonneweide worden mogelijkheden geschapen voor nesten voor vogels en voor nestelplaatsen voor broedsels van wilde bijen. Want sommige bijensoorten hebben geringe afstanden tussen foerageerplaats en nestelplaats.
Van de circa 360 Nederlandse bijensoorten nestelen er zo'n 250 in de grond. We gaan ze helpen door zonnige, humusarme plekken aan te bieden, o.a. in de vorm van zandbulten.
Ongeveer 60 Nederlandse bijensoorten maken hun nesten in dood hout of holle stengels. In dode boomstammen en takken worden vaak door keverlarven gangen uitgeknaagd, die vervolgens door bijen benut worden als nestelplaats. Om die reden zullen takkenrillen en boomstobben in het dorpsbosje worden geplaatst.
4. Land sharing en land sparing.
We willen de biodiversiteit laten profiteren van zowel een land sharing (ecologische inrichting zonneparken) als ook een land sparing (compenseren buiten zonneparken, langs de randen) strategie.
Het is op dit moment nog onduidelijk welke strategie m.b.t. het versterken van de biodiversiteit de voorkeur zou moeten hebben. Daarom wordt op beide strategieën ingezet. Om voldoende regenwater en licht op de bodem te laten vallen, opdat de bodemvruchtbaarheid niet aangetast wordt, gaan wij uit van een maximale bedekking van 75% van de bodem betreffende dat deel van het perceel waarop de panelen staan. Het dorpsbosje wordt een belangrijk onderdeel van de land sparing strategie.
5. Ecologisch beheer.
Met betrekking tot het beheer van de bloemrijke graslanden van de zonneweide wordt gebruik gemaakt van de inzichten zoals geformuleerd door de Vlinderstichting ( de z.g. Kleurkeurmethode). Voor de struwelen en het dorpsbosje wordt in overleg met Landschapsbeheer Groningen een beheersplan gericht op het versterken van de biodiversiteit opgesteld.
6. Bodemeigenschappen.
Bij aanvang van het project is de voedselrijke toplaag van de voormalige boomkwekerij verwijderd om het gebied te verschralen. De slootoevers zijn afgegraven tot het dekzand en soms het keileem en geleidelijk aflopend en golvend gemaakt. Met de grond die vrijkwam zijn twee zandlichamen opgeworpen: een zandlichaam als basis voor een aan te leggen struweelwal langs de westkant van het terrein. En een zandlichaam als basis voor het aan te leggen bio-vers dorpsbosje langs de Zuidlaarderweg.
Bovendien is bij de aanleg van de zonneweide zo veel mogelijk voorkomen dat de bodem inklonk door het gebruik van te zware machines.
7. Verbindingen maken.
De zonneweide zal onderdeel moeten worden van de omringende natuur. Dat betekent dat verbindingen moeten worden gelegd met aanwezige bermen en landschapselementen zoals linten van bomen en struiken, boomwallen en hagen, graslanden en bossen. De natuur in Nederland staat onder druk door bemesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen in combinatie met de effecten van klimaatverandering zoals stijgende temperaturen, langere periodes van droogte en extreme weersomstandigheden. De huidige versnippering van de Nederlandse natuur maakt deze hiervoor gevoeliger. Werken aan verbindingen is werken aan klimaat adaptatie.
Het dorpsbosje vormt een ‘stepping stone’ in deze verbindingsstructuren.
8. Verbeteren landschapskwaliteit.
a. De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap ziet het massaal aanleggen en onderhouden van hagen als een manier om de crisis met klimaat, biodiversiteit, stikstof en fijnstof in een keer aan te pakken. Hagen kunnen enorm bijdragen aan een hogere landschapskwaliteit, waar veel planten en dieren van profiteren.
De Zonneweide Glimmen wil daarom het project ‘Herstel Houtwallen en Hagen Haren'
van Landschapsbeheer Groningen ondersteunen. Langs twee zijden van de zonneweide zal respectievelijk een soortenrijke struweelwal en een bio-divers dorpsbosje worden aangelegd.
b. De aanwezige sloten worden verdiept en de oevers worden verschraald en geleidelijk aflopend en golvend gemaakt en worden ingezaaid met een soortenrijk zaadmengsel voor natte tot vochtige graslanden van de Cruydt-Hoeck.
c. Aan de zuidoostzijde zal een laagblijvend wilgenbosje ( Salix fepens en Salix aurita) worden gerealiseerd. De wilgenkatjes zullen in het vroege voorjaar een voedselbron voor hommels vomen.
d. Aan de noordzijde zal een buurtboomgaard bestaande uit een tiental oude, noordelijke fruitrassen worden gerealiseerd. De boomgaard bevindt zich tussen wal en hek in een bloemrijk grasland. De rijkbloeiende vruchtbomen zullen in het voorjaar een voedselbron zijn voor wilde bijen.
9. Ook het landelijke project ‘Nederland Zoemt’, waarmee de wilde bij wordt ondersteund door nieuwe leefplekken te maken in heel Nederland, willen we ondersteunen door een bij-vriendelijke inrichting. Zo wordt op de verschraalde grond tussen en om de panelen een zaadmengsel gestrooid voor het laten ontstaan van een bloemrijk grasland. En bestaat het dorpsbosje uit op verschillende momenten rijkbloeiende bomen, struiken en kruiden.
De zuidzijde van het dorpsbosje wordt niet beplant, de kale grond met hier en daar zandbulten is geschikt voor in de grond nestelende bijen.